Europa, migratie en inpassing

Migratie is iets van alle tijden, mensen migreren naar een ander land om daar hun toekomstperspectieven te verhogen. Hun identiteit is vaak al grotendeels bepaald door het land van herkomst, waarbij ze de positieve aspecten van hun ‘thuiscultuur’ willen behouden in het immigratieland. Soms botst dit – zoals we tegenwoordig zien via media – met de cultuur die al aanwezig is in het migratieland. Op het moment dat dit gebeurt, kunnen groepen migranten – met name binnen Europa – samen een uitzondering aanvragen op de norm.

Het vragen van een uitzonderingspositie

Het aanvragen van deze uitzondering gaat vrijwel altijd via instituties. Als het gaat om de institutionalisering van de islam dan zijn er in Europa grofweg twee categorieën te onderscheiden: institutionalisering van de islam van migranten en ontwikkeling van de islam onder gevestigde moslim inwoner van Europa. Bij beide zien we twee ontwikkelingen: homogenisering en behoud van eigen identiteit.

De eerste groep moet opgaan in de wijdere samenleving (integreren) en probeert tegelijkertijd de eigen identiteit te behouden en krijgt die kans ook. De andere groep zijn nationale minderheden die opgenomen moeten worden in het grotere Europese verband en tegerlijkertijd is er de ontwikkeling naar regionalisme waarbij de eigen regionale/religieuze identiteit wordt benadrukt. De eerste groep wil bijvoorbeeld een moskee bouwen in hun gemeente voor het vrijdaggebed, de andere groep wil een Europees goedgekeurd keurmerk voor halalvlees.

Nu is er een onderzoek geweest naar de vraag: In hoeverre maken migranten algemene claims en in hoeverre maken migranten groepspecifieke claims ten opzichte van de autochtone bevolking? (zie een versie van het artikel HIER). Het onderzoek was op basis van claims die de media haalden in Frankrijk, Brittannië en Nederland. De regel die gehanteerd werd bij dit onderzoek over wanneer iets een specifieke of algemene claim is, is ‘als een groep iets voor een specifieke groep eist, dan is de claim specifiek, zodra een groep iets in het algemeen eist, dan is de claim algemeen.’

Over het algemeen worden er weinig claims ingediend, maar door moslimmigranten wel meer groepspecifieke claims dan algemene claims. Moslims vragen om meer claims, onder andere door de collectiviteit waarmee de islam gepraktiseerd wordt. Joden en christenen hebben minder behoefte aan nieuwe claims, omdat zij al in de bevolking zijn geassimileerd en de samenleving al op hun is ingesteld. Overigens houden migranten zich over het algemeen goed aan de regels van het land waarin ze wonen en maken ze vrijwel altijd gebruik van dialoog om uitzonderingsposities te bedingen en passen ze hun claims aan, aan de politieke cultuur van het land waar ze wonen. Ze proberen ook op Europees niveau om Islam in te passen in de Europese cultuur.

Europese instituties en Islam

Sinds 1997 worden moslim organisaties uitgenodigd om de islam in Europa te vertegenwoordigen. Moslimmigranten werden toen meer uitgenodigd in het kader van externe geopolitieke kwesties en buitenlandse politiek dan om de kwesties rondom islam binnen Europa. De eerste organisatie die uitgenodigd werd was de CMCE (Muslim Counsel of Cooperation in Europe. In 2003 kwam de FEMYSO (Forum of European Muslim Youth and Student Organizations) ook op Europees niveau terecht. Ondanks dat het aantal organisaties dat moslims vertegenwoordigd groeide, hebben zij bij lange na niet de middelen om net zo actief als de joodse en christelijke organisaties te participeren op Europees niveau. Probleem hierbij was met name het organiseren op Europees niveau. Daarom zoeken de Moslimorganisaties hun invloed meer via de Europese raad en het Europees Parlement, want deze zijn directer verbonden met de burgermaatschappij.

Sinds 11 september 2001 neemt de media- aandacht voor de islam toe. Er is sprake van een toename van islamofobie. Er wordt zelfs met angst gesproken over een ‘clash of civilizations’, wat niet bevorderlijk is voor de integratie van moslims in de EU. Deze ‘clash of civilizations’ wordt door de EU tegengegaan door het bevorderen van de dialoog tussen de islam en de –al langer aanwezige- joods-christelijke cultuur, om zo te voorkomen dat mensen islam en de islamitische wereld gaan vereenzelvigen met terrorisme. GOPA, het orgaan binnen de EU dat te maken heeft met de dialoog tussen religies en culturen, ziet de moslimmigranten als een ‘bridge between two worlds’ en willen met de moslimmigranten de dialoog openen voor EU-burgers.

Islamitische identiteit in het zuidoosten

Na de val van het Osmaanse Rijk waren de landen die uit diens as ontstonden overwegend orthodox christelijk, met een significante moslim minderheid. Dit verhinderde een assimilatie in deze nieuwe landen als Griekenland en Bulgarije, en was aanleiding tot het creëren van een eigen culturele identiteit, die lange tijd werd gezien als een bedreiging voor het opbouwen van natiestaten in Europa, die juist een homogene bevolking nastreefden. Naast deze islamitische identiteit kwam daar geleidelijk aan ook een Turkse identiteit bij, wat integratie binnen een land als Griekenland er niet gemakkelijker op maakte.
Economie en identiteit botsen in de EU

Een opgekomen trend van de jaren ’80 en ’90 is, volgens Dia Anagnostou, dat er zowel economische integratie als mobilisatie van minderheden plaatsvond in Europa: denk aan economische hervormingen die in de EU werden ingevoerd werden na de val van de Sovjet Unie enerzijds, en het opkomen van minderheden voor zichzelf in zuidoost Europa. Mevrouw Anagnostou beargumenteert dat hier een verband tussen is te vinden door te wijzen op ontwikkelingen in Griekenland, lid van de EU sinds 1981 en Bulgarije, pas in 1999 kandidaat lid van de EU en in 2007 lid geworden van de EU. Qua economische ontwikkelingen werd er erg de nadruk gelegd op een gezonde economie voor landen die lange tijd hadden te lijden onder communistisch bewind of de dreiging daarvan. Om dit te bewerkstelligen kwam er vanuit de EU financiële steun aan deze landen om de grote achterstand te overbruggen die ze hadden op het Westen. Ook kwam er een reorganisatie van overheidsinstellingen op regionaal niveau en een decentralisatie van de economie om de markten beter te laten integreren zodat men kon concurreren met de Westerse markt. Deze golf van regionalisatie riep veel verzet op onder moslimse minderheden, die zich begonnen te organiseren met als doel het aanvechten of het beïnvloeden van deze hervormingen. Zij hebben zich ingezet voor erkenning van de etnische diversiteit. Men bleef zich verzetten tegen assimilatie en eiste in sommige landen zelfbeschikkingsrecht en decentralisatie langs etnische lijnen.
Oplossing
De EU hielp in deze situatie door het aanbieden van een kader waarin alle partijen zich konden vinden. De exacte wijze van toepassing verschilde van gebied tot gebied. Mevrouw Anagnostou biedt een kijk op zowel Griekenland als Bulgarije als voorbeelden.
In Europa werd in de jaren ’80 de nadruk gelegd op de modernisatie en ontwikkeling van de samenleving. Dit is de gedachte die Griekenland volgde toen het lid werd van de EU, en met het oog hierop kwam in Thracie, waar een significante moslimse minderheid woont, langzaam maar zeker een decentralisatie op gang op basis van lokaal zelfbeschikkingsrecht. Eind jaren ’80 en begin jaren ’90 kwam de nadruk meer te liggen op het beschermen van (etnische) minderheden en het was in die context dat Bulgarije zich op begon te maken voor lidmaatschap van de EU. Er werd wel decentralisatie ingevoerd maar veelal langs etnische lijnen. Dit zorgde voor meer spanning en minder samenwerking in vergelijking met het Griekse model, aldus mevrouw Anagnostou. Echter, de vrees voor assimilatie door nationale overheden is zeker wel verminderd.

Conclusie
De EU biedt moslims en andere minderheden een kader waarbinnen men terecht kan inzake problemen die naar boven komen i.v.m. immigranten en minderheden binnen de EU zelf. Dit kader is gebaseerd op wederzijdse medewerking en rechten die minderheden op kunnen eisen mits ze meewerken aan een stabieler Europa.

Lennart en Lukas

Bronnen

  • Dia Anagnostou, 2007, Development, discrimination and reverse discrimination: effects of EU integration and regional change on the Muslims of Southeast Europe. In: Aziz Al-Azmeh and Effie Fokas (eds.) Islam in Europe. Diversity, Identity and Influence. Cambridge: Cambridge University Press.
  • Statham, Paul, Ruud Koopmans, Marco Giugni, en Florence Passy. 2005. Resilient or Adaptable Islam?: Multiculturalism, Religion and Migrants’ Claims-Making for Group Demands in Britain, the Netherlands and France. Ethnicities 5, no. 4: 427-459.
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: